Basisprincipe van de muziekproductie
in het DAW

Met behulp van moderne DAW's (Digital Audio Workstations) is het tegenwoordig gemakkelijk om eigen nummers van het eerste idee tot aan de uiteindelijke master gewoon in de eigen woonkamer te maken. In het nu volgende zullen wij u aan de hand van het voorbeeld van Samplitude Pro X Suite de basisfuncties van een DAW uitleggen.

Van geluidsstudio naar DAW

Van geluidsstudio naar DAW

Om de werkwijze in een DAW te begrijpen is het handig toch nog even terug te denken aan het werk in een analoge geluidsstudio.

In de begindagen van de muziekproductie werden opnamen compleet zonder een enkele computer, sequencer of andere digitaal hulpmiddel uitrgevoerd.

Naast gigantische kasten vol met effectapparaten en zogeheten "galmkamers" om kunstmatig diepte en ruimtelijkheid konden worden gecreëerd, bestond er in de analoge tijd vooral één ding niet: niet-destructief werken. Wijzigingen in het op de band opgenomen moesten ofwel zelf ook weer opgenomen worden of gingen verloren op het moment dat op het mengpaneel of effectapparaat iets anders werd ingesteld.

De tegenwoordig overal opduikende presets, sjablonen of opslagfuncties bestonden niet. Daardoor was het nodig zeer precies, en foutloos te werken. Een project na het exporteren van de mix te laten rusten om dan later eventuele fouten nog te corrigeren was niet mogelijk. Zodra de geluidsingenieur dus besloot door te gaan met het volgende nummer werden alle instellingen, potmeters en faders weer teruggezet. De enige manier om de voortgang op te slaan was wat we in een DAW "stereo-bounce" zouden noemen.

Door de noodzaak 100% precies en foutloos te werken is een generatie zeer getalenteerde geluidsingenieurs ontstaan die probeerden deze mechanismen te verbeteren. Zo was het met een softwarefunctie als "Total Recall" mogelijk om alle instellingen en routings van de mengtafel en de effectapparaten als complte begintoestand op te slaan om deze later weer te kunnen gebruiken. Daardoor konden geluidsingenieurs in noodgevallen teruggaan naar een mix om al te grote fouten alsnog te verbeteren. De opgeslagen instellingen moesten echter wel met de hand weer worden teruggezet, wat erg veel werk was en vooral veel tijd kostte.

Terwijl veel vergelijkbare functies die het werk in de studio makkelijker maakten zich in de loop van de tijd hebben bewezen was het met de toenmalige middelen niet mogelijk het monteren van geluid wezenlijk te verbeteren. Het bleef hangen bij de bijzonder moeizame en arbeidsintensieve werkwijze waarbij de geluidsband met scheermesjes en plakband losgesneden en weer samengevoegd moest worden om foutjes in de timing te corrigeren. In tegenstelling tot effecten bij het mixen was het bij de montage niet mogelijk wijzigingen vooraf te beluisteren of ongedaan te maken. Zodra het mes in de geluidsband was gezet kon de de montage niet meer ongedaan worden gemaakt.

Pas met de komst van de eerste DAW's kwam hier werkelijk verbetering in. Met virtueel knip- en plakgereedschap kon vanaf dat moment he gedigitaliseerde materiaal naar wens geknipt, verplaatst en weer samengevoegd worden.

Basisprincipes van moderne DAW's

Basisprincipes van moderne DAW's

De voordelen van moderne DAW's als Samplitude worden daardoor nog eens extra duidelijk. In de pc thuis is eigenlijk alles te vinden wat in vroegere analoge geluidsstudio's een enorme hoeveelheid plaats in stond te nemen. De regie, de montageruimte en de echokamer zijn nu allemaal met een paar keer klikken te bereiken en hebben tal van functies en assistenten die u het werk nog makkelijker maken.

De eerste stap om het audiomateriaal in een DAW te kunnen bewerken is de digitalisering, ook wel ADC (Analoog-Digitaal-Conversie). De resolutie van natuurlijke geluiden is oneindig hoog d.w.z. oneindig gedetailleerd. Daarom is het nodig om deze klanken op elk punt in de tijd een concrete waarde voor het volume te geven. De punten in de tijd worden daarbij aangegeven als de samplerate in kilohertz, het volume als bitdiepte in bit. De meest bekende combinatie van waarden hierbij is 16 bit en 44,1 kHz, wat de digitale resolutie is van een audio-cd. Andere in Samplitude Pro X beschikbare waarden zijn 24 of 32 bit en tot maximaal 384 kHz. Hogere waarden zorgen er daarbij voor dat meer rekenkracht nodig is maar er ontstaat ook een fijnere resolutie die dichter bij het analoge origineel ligt. De maximale resolutie is uiteindelijk afhankelijk van de gebruikte geluidskaart.

Door de digitalisering verliezen de opnamen altijd aan resolutie. Dat wil zeggen dat ze aan kwaliteit verliezen, op een manier die het menselijk gehoor niet waar kan nemen, om in het DAW verder te kunnen worden bewerkt.

Naast de digitalisering is het al eerder besproken "non-destructief werken" de belangrijkste vernieuwing waarmee de invoering van het DAW het studiowerk op grote schaal heeft beïnvloed. Doordat het noodzakelijk is alle opnamen te digitaliseren voordat ze verder kunnen worden gebruikt, ontstaat ook de mogelijkheid wijzigingen te maken zonder het oorspronkelijke materiaal te veranderen. In tegenstelling tot bij analoge opnamen op band, waarbij eventuele wijzigingen opnieuw opgenomen moesten worden en achteraf niet meer te veranderen waren, is dit met de huidige software wel mogelijk. Het zogenaamde "playlistprincipe" betekent dat wijzigingen in het DAW nooit op het opgenomen materiaal, maar uitsluitend op een kopie ervan worden toegepast. In Samplitude is er dus op elk moment de mogelijkheid om effectinstellingen te wijzigen of uit te schakelen en zo het oorspronkelijke geluid van de opname weer te herstellen. Dat kan desgewenst ook nog lang nadat de mix klaar is.

Het playlistprincipe is in Samplitude Pro X zo ver verfijnd dat het zelfs mogelijk is aan losse objecten effecten toe te wijzen zonder dat daarvoor een automatisering geschreven of een extra spoor aangemaakt hoeft te worden. Als uw gitaarsolo dus wel een beetje meer nagalm kan gebruiken kunt u dat probleemloos met de objecteditor doen. Dit "objectgeoriënteerde werken" is ervoor ontwikkeld om om te denken van de klassieke, op sporen gebaseerde mix die lijkt op wat in de vroegere geluidsstudio's werd gedaan, en zo creatieve ideeën sneller en gemakkelijker te realiseren.

Vergeleken met het allereerste begin van de muziekproductie jaren terug wordt duidelijk welke mogelijkheden met DAW's als Samplitude zijn geopend en waarom een complete opnamestudio nu in een paar megabyte samengebracht kan worden.

De audio-opname

Elke opname begint met het instellen van het juiste niveau van de microfoon. Ongeacht welke interface (geluidskaart) en welke samplerate worden gebruikt, kunt u hier geen compromissen maken. Het opnameniveau wordt bepaald door de versterking van de microfoonvoorversterker. Deze zit normaal gesproken in uw geluidskaart en wordt daar ingesteld met de gain-regelaar. Het optimale opnameniveau moet de complete dynamiek, d.w.z. van het zachtste tot aan het hardste deel van de opname, kunnen registreren zonder te oversturen. Daarvoor moet het niveau bij het hardste gedeelte net onder de 0 dBFS liggen. dBFS staat voor "deciBel Full Scale" en dat wil zeggen dat bij 0 dBFS het hoogstmogelijke volume wordt bereikt. Alles wat boven deze waarde ligt kan door de computer niet worden vastgelegd en resulteert daardoor in vervorming.

In tegenstelling tot bij analoge geluidsbanden, waarbij oversturing gebruikt werd om de klankkleur tijdens de opname positief te beïnvloeden (men spreekt daarbij ook van "verzadiging" - in dit geval de verzadiging van de magnetische deeltjes op de geluidsband), is oversturing bij digitale opnamen een van de ergste dingen die er kunnen gebeuren. Elke vorm van digitale vervorming maakt de opname onbruikbaar en dit kan dan ook moeilijk worden verholpen of gecorrigeerd. Om in Samplitude het optimale opnameniveau te vinden kunt u dus beter wat extra tijd inplannen. Als het niveau juist is ingesteld levert dat later bij het mixen veel voordelen op waardoor u sneller een goede mix krijgt.

Na het instellen van het opnameniveau moet nog de juiste opnamemodus worden gekozen. Samplitude Pro X heeft standaard-, punch- en loop-recording. Met al deze modi kunt u opnemen. Het verschil zit hem vooral in de weergave en hoe de opname wordt ingeleid.

Audio-opname

In de standaardmodus start u de opname door op de opnameknop te drukken en stopt u hem door op de stopknop te drukken. Deze modus is vooral geschikt wanneer u net begint met opnemen en er nog geen ander audiomateriaal beschikbaar is.

Punch-recording is er speciaal om passages in de opname die fouten bevatten te corrigeren, zonder alles nog een keer te moeten opnemen. Daarbij springt u handmatig of met daarvoor ingestelde markers tijdens de weergave naar de opnamemodus. De muzikant hoort tijdens de weergave de eerder ingespeelde partij. Maar zodra de opname begint (Punch In), is in plaats van het eerder ingespeelde gedeelte het invoersignaal van het instrument te horen, en de muzikant kan zijn partij opnieuw inspelen. Wanneer de opname wordt beëindigd (Punch Out) is de oude partij weer te horen en is de opname gered.

Met Loop Recording in combinatie met de in Samplitude inbegrepen Feature Revolver Tracks heeft u een krachtig stuk gereedschap om snel de ideale take te monteren. Daarbij wordt een gedeelte ingesteld dat na het starten van de opname herhaald afgespeeld wordt. Daardoor hebt u de mogelijkheid om in korte tijd veel takes of variaties na elkaar op te nemen. Na het stoppen van de opname kunnen de opgenomen takes in aparte sporen worden weergegeven. Met Revolver Tracks en de Take Composer kiest u vervolgens de beste stukken van uw opnamen uit en voegt u ze in een zogeheten comping-spoor (eng. to compile = samenvoegen) samen.

Geluidsbewerking

Anders dan bij analoge montage kunnen in de huidige werkstations dankzij de digitalisering van het materiaal elke montage in een paar seconden worden uitgevoerd of juist weer ongedaan worden gemaakt. Ook hier wordt het principe van de afspeellijst toegepast, waarbij de montage niet op het originele bestand, maar op de kopie wordt toegepast. Naast handmatig knippen en plakken met het gereedschap hebben DAW's tegenwoordig ook allerlei assistenten om sneller te kunnen monteren.

Door te quantiseren kunt u foutjes in de timing bij het inspelen eenvoudig corrigeren. Quantiseren staat eigenlijk voor het toewijzen van een vaste, aan het metrumraster aangepaste, notenwaarde. Voor het DAW betekent dat dat ongeacht welk geluid wordt gelijkgetrokken met het vooraf gedefiniëerde raster in de tijdlijn. Daarbij zijn voornamelijk het aantal BPM (beats per minute) en de maatsoort de bepalende factoren.

Een populair voorbeeld hiervoor is het bewerken van drums. Met een paar keer klikken is het mogelijk de opname in losse delen te verdelen en die in het tijdraster te plaatsen. Waar sommige drummers quantisering achteraf echt nodig hebben kan ook het tegenovergestelde het geval zijn. Veel professionele drummers hebben zich in de loop van hun jarenlange carrière een "groove" eigen gemaakt die hun speelstijl uniek en herkenbaar maakt. Met te veel quantisering zou men dit gevoel eruit halen en zo de opname eigenlijk beschadigen.

Daarom bieden veel sequencers de mogelijkheid om het spelgevoel van een instrument toe te passen op het hele project. Dat wordt ook wel groove extraction genoemd en in plaats van dat de drums aan het raster worden aangepast wordt hierbij het raster aan de drums aangepast. Het metrum en de BPM spelen dan pas een rol na de maat die de drums aangeeft om het speelgevoel niet te verliezen, zonder dat hierdoor de timing van het hele project wordt verstoord.

Nadat het ritmische fundament van het nummer vaststaat kunnen vergelijkbare correcties bij de andere instrumenten van de band worden gemaakt. Een uitzondering is daarbij de stem. In tegenstelling tot veel "reguliere" instrumenten kunnen hier zowel in de timing als ook in de toonhoogte onnauwkeurigheden voorkomen. Met de Samplitude Pro X-functie "Elastic Audio" kunnen deze verschillen in toonhoogte van de zanger gelijkgetrokken worden. Daarbij kunnen de afzonderlijke stukken zang met behulp van de pianorol-weergave naar de juiste toonhoogte worden "getrokken". Zeer belangrijk is daarbij een zachte overgang tussne gecorrigeerde en niet-gecorrigeerde zang. Net als bij de quantisering van de drums vernietigt een theoretisch perfecte aanpassing van de toonhoogte het karakter van de opname en dit werkt op het menselijk oor als onnatuurlijk en levenloos. Kleinere onnauwkeurigheden helpen om de zang authentiek in het nummer te laten passen, zonder dat daardoor normaal gesproken al te veel aan kwaliteit verloren gaat.

MIDI-opname

MIDI-opname

MIDI staat voor "Musical Instruments Digital Interface" en is oorspronkelijk een overdrachtsprotocol voor het aansturen van synthesizers. Daarbij wordt geen muzikale inhoud, maar alleen commando's voor de aansturing verstuurd, die dan door het DAW geïnterpreteerd worden en zo in muziek worden omgezet. Concreet betekent dat dat een MIDI-signaal geen noten bevat maar de informatie: speel noot X met volume Y gedurende notenlengte Z. Pas in het programma wordt daaruit een toon gevormd die u uit de luidspreker kunt horen.

Anders dan bij geluidsopnamen kunnen vervormingen bij MIDI-opnamen niet tot problemen leiden. Een ander groot voordeel van MIDI is de flexibiliteit. Stelt u zich voor dat u na het maken van gitaaropnamen de positie van uw vinger of de versterker kunt veranderen zonder dat de gitaar opnieuw ingespeeld hoeft te worden. In een sequencer of DAW kunnen alle parameters achteraf nog worden veranderd.

De MIDI-opname wordt live gemaakt op bijvoorbeeld een USB-MIDI-controller of met de muis in de pianorol. De pianorol is een weergave in Samplitude, die een klavier laat zien en de gespeelde MIDI-commando's weergeeft afhankelijk van de duur en toonhoogte. U kunt in deze weergave ook handmatig noten op de pianorol "intekenen".

Om MIDI-commando's zoals eerder beschreven te laten horen is een synthesizer nodig. In een DAW worden synthesizers ook wel VSTi (Virtual Studio Technology Instrument) of VST-instrument genoemd.

MIDI-bewerking

Zoals hierboven al aangeduid is het grote voordeel van MIDI-opnamen met name de vele bewerkingsmogelijkheden achteraf. Net als geluidsopnamen kunnen MIDI-events in de sequencer op een ingesteld (tijd)raster worden geplaatst om onnauwkeurigheden in het spel te corrigeren. In de regel is het bij MIDI-opnamen niet mogelijk de hierboven beschreven groove te creëren tijdens de opname. Daarvoor heeft Samplitude de optie Humanizing. Bij dit 'menselijker maken' worden alle geselecteerde events in verschillende richtingen (voor- en achteruit) een klein stukje verplaatst zodat een niet perfecte en daardoor natuurlijker timing ontstaat. Ook eventuele valse noten kunnen gemakkelijk worden gecorrigeerd, waardoor niet bij elk foutje de opname opnieuw hoeft te worden begonnen. Verder is de keus van het instrument dat de noten uiteindelijk moet spelen helemaal vrij, want de MIDI-gegevens blijven sowieso in het DAW behouden. Alleen het VSTi moet dan worden gewijzigd. Als een ander of nog een extra instrument dezelfde melodie of akkoorden ook moet spelen kan het betreffende MIDI-object naar een nieuw instrumentenspoor worden verplaatst of gekopieerd. Maar niet alleen lossen sporenobjecten kunnen worden gewisseld, maar ook MIDI-gegevens van complete projecten. Daarvoor moeten de MIDI-objecten van een project geëxporteerd worden, waarvoor Samplitude verschillende mogelijkheden heeft:

  • Export van alle MIDI-objecten in één bestand als één spoor
  • Export van alle MIDI-objecten in één bestand als met meerdere sporen
  • Export van alle gemarkeerde MIDI-objecten als eigen MIDI-bestanden (een bestand per object)

Als u een van de eerste twee mogelijkheden kiest heeft u de mogelijkheid om gegevens over het tempo van het huidige project mee weg te laten schrijven in het MIDI-bestand. Dit maakt het uitwisselen van complete MIDI-projecten aanzienlijk gemakkelijker doordat bij de import naar een nieuw DAW geen tempo-instellingen hoeven te worden gemaakt. Want het programma kan nu automatisch de gegevens over het tempo inclusief eventuele tempowijzigingen lezen en naar het programma overbrengen. Nog een voordeel van het exporteren van hele MIDI-projecten is op deze manier heel gemakkelijk instrumenten kunnen worden vervangen zonder dat de melodie nog een keer ingespeeld hoeft te worden, bijvoorbeeld wanneer een collega-producent een VSTi heeft dat u niet zelf in de database hebt.

Ook het converteren van opgenomen audiomateriaal naar MIDI-events is mogelijk. Zo biedt Samplitude de mogelijkheid echte drums door virtuele drums te vervangen. Hiervoor hoeft enkel het object te worden gemarkeerd dat door MIDI-noten moet worden vervangen. Vervolgens selecteert u in het objectmenu het punt quantiseren en dan daar de quantiseringsassistent. Deze assistent heeft verschillende parameter waarmee u onder meer kunt bepalen hoe gevoelig het programma op de pieken van de drums reageert, dat wil zeggen hoeveel transiëntenmarkers uiteindelijk worden ingesteld. Zodra de quantiseringsassistent is geopend, kunt u elk audio-object naar keuze markeren en dan via de assistent instellen hoe nauwkeurig Samplitude moet werken. Nadat u klaar bent met deze stap klikt u op Object → Quantiseren → Geavanceerde audio-quantisering → MIDI-trigger aanmaken uit transiënten Nu wordt automatisch een nieuwe MIDI-spoor aangemaakt dat voor elke transiëntenmarker een MIDI-noot bevat. Daardoor is de groove van het audiomateriaal direct naar uw MIDI-spoor overgebracht en hoeft u enkel een passend drumstel te selecteren. Natuurlijk kunt u het virtuele drumstel ook gebruiken om meerdere lagen te maken, waardoor de reeds opgenomen drums meer volume lijken te krijgen.

Met de pianorol bieden moderne Workstations de mogelijkheid om de ingespeelde gegevens als echte noten te laten weergeven. Dat is bijvoorbeeld handig om eigen composities op een echt instrument na te spelen wanneer u de melodie niet meer helemaal uit het hoofd kent. Maar ook het algemene begrip van het notenschrift wordt zo verbeterd, terwijl u dat puur voor het bedienen van het DAW niet nodig had.

Mixen

Zodra alleiInstrumenten in de mix zijn bewerkt en alle fades zijn ingesteld en de timing klopt, kunt u gaan mixen.

Tijdens het mixen werd vroeger de opnamesituatie weer ingesteld. De ingespeelde instrumenten kregen door de effecten in een plaats in het stereobeeld en in de diepte, waardoor een ruimtewerking ontstond. Tegenwoordig is de definitie wat ruimer geworden omdat bij de uitgebreidere technische mogelijkheden ook tijdens het mixen nog creatieve wijzigingen in de muziek kunnen worden gemaakt. Zulke wijzigingen zijn echter alleen bedoeld om reeds bestaande elementen te versterken of nieuwe toe te voegen. Kreten als "Fix it in the Mix" laten u ten onrechte geloven dat er tijdens het mixen nog ingrijpende wijzigingen in het geluid van uw opnamen kunnen worden gemaakt. Dat is eigenlijk helemaal niet zo. Als u niet tevreden bent met hoe een opname klinkt bespaart het veel tijd en vooral ook ergernis wanneer u deze gewoon opnieuw opneemt. Een reparatie in de mix is vaak behelpen en gaat gepaard met aanzienlijke compromissen.

Effecten in de mix worden in twee grote categorieën opgedeeld: seriële en parallelle effecten. Seriële effecten, zoals compressoren en equalizers, worden in in een rij aangesloten. Dat wil zeggen dat ze zich in hetzelfde kanaal bevinden als het bestaande audiomateriaal. Het gevolg daarvan is dat het effect op al het audiomateriaal in het kanaal wordt toegepast. Juist bij het aanpassen van de klank en de dynamiek is het dus zinvol effecten in serie te schakelen.

Parallelle effecten worden via een dwarsverbinding op het mengpaneel, een zogeheten AUX-bus gestuurd. Het effect bevindt zich dan op een apart spoor, zodat op het oorspronkelijke kanaal het onveranderde signaal ligt waar het op het tweede spoor liggende bewerkte signaal bijgemixt kan worden. Voorbeelden hiervoor zijn nagalm, delay en modulatie-effecten als chorus of flanger. Daardoor heeft u de mogelijkheid slechts bepaalde delen van het audiomateriaal door het effect te sturen. In tegenstelling tot seriële effecten wordt hierbij het materiaal dus niet veranderd, maar er wordt iets nieuws aan toegevoegd.

Mastering

Mastering wordt in twee delen verdeeld: creatief masteren (ook premasteren genoemd) en technisch masteren.

Oorspronkelijk betekende masteren het overyetten van bandopnamen naar vinyl. Door verschillende technische grenzen aan bijvoorbeeld het volume van de bassen of de fasenverhouding van de kanalen was het nodig een opname speciaal voor te bereiden voor de productie van platen.

Nog altijd wordt de invloed van de mastering-ingenieur groter waardoor het inmiddels in een creatief en een technisch gebied kan worden verdeeld. Door de technologische vooruitgang van moderne DAW's zijn de aanpassingen die aan een opname worden gedaan om op een cd te kunnen worden geperst maar een klein deel van het proces. Als tegenwoordig wordt gesproken van masteren gaat het meestal om creatief masteren.

Zodra de mix is afgesloten en voorbereid is, waarbij dus de volumeverhoudingen en de effecten op de verschillende sporen definitief zijn en genoeg headroom hebben, is een opname klaar om in een masteringstudio de finishing touch te krijgen.

Mastering

Waar in de mix soms effecten met vrij extreme instellingen kunnen worden gebruikt om een bepaald resultaat te krijgen, wordt bij het masteren vrij subtiel gewerkt. Stapjes van 0,5 dB zijn heel gewoon. Verder gebruikt de mastering-ingenieur lang niet zoveel effecten als bij de mix worden gebruikt.

Voor het maken van de creatieve (pre)master zijn alleen een compressor en een equalizer nodig. Dat ligt niet in de laatste plaats aan het feit dat de hele stereomix bewerkt wordt in plaats van alle afzonderlijke sporen. Een verandering in bijvoorbeeld de equalizer-envelopcurve beïnvloedt dus, afgezien van uitzonderingen als Stems of Vocal-Up/Down, de complete mix.

De belangrijkste vuistregel bij premasteren is: een perfecte mix heeft geen creatieve mastering nodig.

Stelt u zich voor dat u een mix hoort waarin de gitaar niet goed doorkomt. Een mogelijke oplossing zou zijn om de frequenties rond 1,5 kHz wat harder te zetten. In dit frequentiebereik kunnen echter ok nog delen van de snare, stem, bas, en de attack van de base drum liggen. Al deze signaalgedeelten worden met deze equalizer-instelling ook versterkt wat dan het klankbeeld weer aanzienlijk veranderd en waarschijnlijk niet zo als de mixer voor ogen stond. Door tal van vaak zeer kleine veranderingen in de equalizer wordt bij het masteren geprobeerd aparte delen van het signaal te manipuleren zonder de rest van de mix te veranderen.

Bij technisch masteren wordt een master voor de persen gemaakt, wat wil zeggen dat verder geen wijzigingen meer worden gemaakt in het audiomateriaal, het wordt alleen voorbereid voor het vermenigvuldigen. Daarvoor moet er bijvoorbeeld voor gezorgd worden dat begin en einde (al dan niet met fade-in/-out) van de nummers en hun volgorde kloppen. Het controleren en zonodig corrigeren van de fasepositie en het verwijderen van mogelijke stoorgeluiden wortd ook tot de technische mastering gerekend, maar dit heeft ook uitwerking op het complete audiomateriaal, zodat de grens tussen creatieve en technische mastering niet altijd eenduidig is.

Export

Aan het einde van een muziekproductie komt altijd het omzetten van een sessiebestand in een gebruikelijk audioformaat. Hier moet onderscheid worden gemaakt tussen formaten die zonder verlies (ook wel lossless) of met verlies (lossy) werken. De doorsnee muziekconsument zal vaak genoeg hebben aan gecomprimeerde formaten als mp3, wmv of Ogg Vorbis, in het bijzonder wanneer de geëxporteerde bestanden bijvoorbeeld over de luidspreker of koptelefoon van een mobiele telefoon worden weergegeven. Hier zal men niet snel een verschil met lossless audiomateriaal opmerken, zolang tenminste het aantal kilobits in de honderdtallen loopt. Maar op betere systemen en koptelefoons is vaak een duidelijk verschil te merken tussen de bovengenoemde formaten en verliesvrije formaten als WAV of AIFF. Tenslotte is het ook altijd een afwegingen verschillende belangen die bepaalt welk type het beste past. Hierbij is het steeds de vraag of het belangrijker is meer geheugen vrij te houden op de computer of de mobiele telefoon, of dat de geluidskwaliteit zo belangrijk is dat men die opslagruimte wel kan missen. Maar als het audiomateriaal naar een cd- of dvd-perser moet worden gestuurd moet het beslist lossless geëxporteerd worden om de hoogst mogelijke geluidskwaliteit te kunnen garanderen.

Niet veel mensen staan erbij stil hoe complex het muziekproductieprogramma is waarmee ze werken. En dan in het bijzonder hoe weinig plaats er nodig is om de gigantische studio's uit vroeger tijden op de computer te simuleren. Maar elk DAW is anders en niet alle DAW's hebben dezelfde functies en bewerkingsmogelijkheden. In Samplitude Pro X Suite kunt u elke stap die nodig is bij de muziekproductie compleet voltooien. Vanaf het schrijven van het nummer en de eerste opname tot aan het bewerken, mixen en masteren hebt u de beschikking over tal van gereedschappen en workflows die het werken met dit DAW bijzonder aangenaam maken.


Bespaar € 399
Samplitude Pro X3 Suite
i.p.v. € 998,00 € 599,00

Samplitude Pro X3 Suite

Samplitude Pro X verenigt de uitstekende eigenschappen van het audio werkstation Samplitude Pro X met een extra toppakket.